In Memoriam Benoit Leflot


Krantenartikel uit 1933


Op 3 maart 1932, straks een jaar geleden,

overleed te Turnhout de heer Benedictus – Marie Leflot.


In zijn leven heb ik hem nooit gezien of gesproken. Hij was reeds een versleten man, wanneer Turnhout mijn heimat werd. Slechts wanneer hij onder het lijkkleed naar de kerk gedragen werd, leerde ik zijn bestaan als kristen mensch kennen.  “ In allen eenvoud, met opgeruimden geest en rechtschapen hart heeft hij zijn levenstaak volbracht “, zo las ik op zijn doodsbeeldje, en slechts later mocht ik begrijpen hoe vol ware beteekenis deze woorden waren voor dezen genialen man.

Ja, voor zoveel als ik uit zijn nagelaten archief– en muziekvoorwerpen, instrumenten en kunstvoorwerpen zijn persoonlijkheid mocht opmaken was hij een geniaal mensch die in al zijn zoeken en streven ontzachelijk veel moet geleden en gestreden hebben eer hij met alle eenvoud en opgeruimden geest door het leven kon gaan.

Bendictus Maria Leflot werd te Westerlo geboren op 28 april 1855. Over zijn jeugd is mij verder niets ter kennis gekomen dan dat hij te Brussel aan de Academie teekenlessen volgde en er den eerste prijs wegkaapte. En werkelijk tusschen oude bewaard gebleven dokumenten, bevindt zich nog een menigte rollen groot formaat vol Grieksche teekeningen uit de academietijd. Toch reeds bewijzen deze tekeningen, niettegenstaande de ongemene knapheid waarmee zij door den beginneling uitgevoerd werden, dat de plastieke kunst niet de echte toekomst weggelegd voor deze man kon zijn. Teveel positieven kijk, matematisch nauwkeurigheid, te weinig poëzie.

M. Leflot had toen voor eerst het ongeluk zijn eigen gaven niet te onderkennen. Gevolg ervan was dat hij op een verkeerden weg versukkelden. Niet op de academie maar op de universiteit had hij moeten uitkomen om er natuurlijke wetenschappen te volgen. Daar zou hij zijn werkelijke ongemene talenten hebben kunnen ontplooien en het tot een Europeesche Edison-uitgave brengen. Hoelang de jonge Leflot de academie volgde is ons onbekend. Toch reeds spoedig moet zijn natuurlijken aanleg hem gebracht naar de modernste uitvinding van dien tijd: de fotografie, de mathematiek van de schone kunsten. De jonge academist had zijn Daguerreo-type appareil uit de eerste periode der fotografieontwikkeling, wanneer men nog koperen en zilveren platen in plaats van glas en papier gebruikte, en fotografeerde zo goed en zo kwaad als de primitieve middelen, die hij trouwens zelf ineenstak, het toelieten. Uit die periode zijn er nog een paar foto’s bewaard gebleven.

Mijnheer Leflot deed meer dan de ontwikkeling der fotografie te volgen, hij studeerde, deed experenties, bouwde appareils van alle grootte en alle vorm, en liep in zekere mate zijn tijd vooruit. Op zolder en kelder werden nog menige appareils gevonden waarmee M. Leflot erin trachtte te gelukken met platen te bekomen wat wij met filmkes bereiken kunnen. Aan deze experenties is het wel toe te schrijven, dat Mr. Leflot geen kunstenaar maar fotograaf van stiel werd. Wat hij op dit gebied op stand gebracht heeft, getuigden bij zijn afsterven die honderden en honderden van zijn best gelukte platen van alle grootte die hij bewaard had. Geen stadsfeest, geen kerkelijke plechtigheid, geen artistiek hoekje, geen karakteristiek boertje ging aan zijn oog voorbij of het kwam in de donkere kamer. Maar het prutsen aan fotografietoestellen verwekte in M. Leflot den ingeboren drang van de natuurkundige, den mekanicien

Zijn aandacht stond op allerhande soorten instrumenten. Wij vernoemen hier slechts een klein getuig dat hij uitdacht om koperen muziek instrumenten met tremelo te verrijken. Dit werktuigje met heel wat ingewanden voorzien werd wettelijk gebreveteerd.  

Doch M. Leflot was ook weer te geniaal om zijn uitvinding geldelijk uit te baten. Terwijl hij met een eerste fabriek onderhandelde, had hij reeds een tweede verbeterde uitgave van zijn getuig bezorgd en eer hij daarvoor zijn brevet had verkregen, stond reeds al zijn aandacht weer gebonden op andere mechanische problemen

“Le mobile perpetuel”  integreerde hem. 

In zijn nalatenschap bevondt zich nog een instrument, een schijf waarop een bol aan een draad mits allerbeste voorwaarden gevraagd werd immer rond te draaien. De familieleden van den afgestorvene weten te vertellen hoe hij bij zijn experenties horen en zien verloor en eens met “Eureka” van de Griekse natuurkundige uitgalmde wanneer den gewilligen bal anderhalve dag naar wensch gemarcheerd had, zonder te laten veronderstellen dat hij nog ooit zou ophouden. Van den andere kant brachten de schilderachtige hoekjes, de typieke boertjes, de schilderijen en de beeldhouwwerken, waarvoor de appareil van M. Leflot kwam te staan hem op een gevorderde ouderdom terug tot de schilderkunst.

Hier nog meer dan uit zijn tekeningen verloor M. Leflot de geboren natuurkundige, zijn vrijheid, zijn persoonlijkheid.  Hij copieerde slaafs maar goed. Schilderijen met tientallen vulde zijn atelier bij zijn afsterven. Onder den oorlog bood hem de schilderkunst een gelegenheid zijn patriotische gevoelens te uiten. Terwijl de Pruisen huishielden in het salon, schilderde M. Leflot de bijbelse Esther in vaderlandse kleuren met het bloedend afgehouwen hoofd van Willem II in de handen een lamp met Belgische lint aan den staart dat een wolf aangindsen kant der beek den Ijzer uitdaagt. (Eerste Wereldoorlog 14-18)

De schilderkunst bracht M. Leflot tot het vak der encadreurs en dit mag gezegd worden dit vak verwerkte hij tot een waarachtige kunst. Wij hebben van hem kaders gezien met blad- en fruitversieringen die aan den beste van dien tijd moge getoest worden. Het vervaardigen van kaders bracht hem plaatser-decoratief, op welk gebied honderden motieven, vruchten, planten, symbolen, figuren uitgewerkt werden. Dit bracht hem tot het imiteren van griekse vazen.  Er zijn nog verschillende modellen bewaard gebleven, o.a. het namaaksel van de prachtige vaas in den Alhambra gevonden. Niet minder dan 957 stukken karton werden met veel geduld gesneden, geplakt, geperst, ge-entailleerd, verguld om een natuurgetrouwe afbeelding tot stand te brengen die menig oningewijden voor origineel zouden houden. Niet enkel vazen ook oude gestyleerde meubels bekoorden M. Leflot en met schaaf en bijtel wist hij weer heel vaardig nette dingen te vervaardigen. Deze menigvuldige bedrijvigheden brachten de zoekenden geest van M. Leflot tot rust en vreden zelfs tot een zeker kalm geluk.  Dat geluk wilde hij andere laten genieten.  Hij werd tijdens den oorlog feitelijk stichter en leider van den “Huisvlijt”. 

Het spreekt vanzelf dat zijn aanleg en zijn ambt M. Leflot maakten tot antiquair, folklorist, collectioneur. Oude boeken met gothische letter, oude prentjes, postkaarten met natuur en stedenschoon interesseerden hem. Waar hij ze niet kon bemachtigen, trachtte hij ze te fotograferen. 

Hij was een ijverig lid van de geschied- en oudheidkundigen kring Taxandria.  Herhaaldelijk werd hem aangeboden conservator van het beginnend museum te worden.  Hij was mede organisator van de tentoonstelling van Oude Kunst in de Kempen te Turnhout in 1922, waarvan hij zorgvuldig alle dokumenten verzamelde.  Na zijn dood bleef hij Taxandria gedenken.  Het museum bezit thans uit zijn atelier een menigte reusachtige foto’s van allerhande stadsplechtigheden die een heel interessante illustratie geven van een stadsleven van over 30 – 40 jaar, evenals het groot geschilderde portret van twee vroeger goed gekende Turnhoutse typen.

Zo ging deze man door het leven, rijk van gaven voorzien.  Indien deze gaven niet tot volle ontwikkeling gekomen zijn, is dit te wijten aan hun veelzijdigheid, waaronder het aan hem Leflot niet gelukte diegene uit te kiezen en te cultiveren die hem waarschijnlijk een groot man voor de wereld zou gemaakt hebben. 

Maar een groot man was hij toch voorzeker in het oog van God. Niet als een hoovaardige heeft hij zijn eigen aanbeden en gediend, maar als een nederige kristen mensch God in zijn wetten en in zijn schepselen bewonderd en gediend.  Op zijn graf werden er geen lijkreden uitgesproken,  in de bladen werden er geen memoriams gedrukt en ’t is daarom dat wij, die hem slechts na zijn dood leerde kennen, met dit laat memoriam hulde willen brengen aan zijn nagedachtenis , die in eeuwigheid een zegening blijven.

P.L.

tekening en gebreveteerde uitvinding om koperen muziekinstrumenten met tremelo te verbeteren

zelfportret van Benoit Leflot

foto Heilig Hartprocessie in 1900

ter hoogte van de zeshoek

handtekening B. Leflot

Copyright Paul Thijs. All rights reserved.