De Chinezen speelden al in de 10de eeuw met de kaarten. Via de Islamitische landen, waar er bekers en zwaarden werden bijgevoegd, kwam het kaartspel uiteindelijk hier terecht. Waarschijnlijk in 1377 met de kruisvaarders. In Europa kwamen er nog afbeeldingen van koningen, ridders en andere personen uit de hofhouding bij. Het waren uiteindelijk de Fransen die de ruiten, harten, schoppen en klaveren iconen introduceerden. Bij sommige kaarspelen had men nood aan een extra kaart, deze kaart werd ‘best bauer’ genoemd. Het is pas later dat de joker die wij kennen op de voorgrond treed.

De joker wordt vaak afgebeeld als een hofnar, ook wel dwaas genoemd. De naam van de joker zou afkomstig zijn van een duits kaartspel dat euchre /Ju:ker/ noemt. Het ontstond rond 1850. Er zijn meestal 2 jokers per stok kaarten. Soms verschillen deze licht van elkaar, zo kan de ene groter zijn dan de andere. In sommige stokken zit 1 rode en 1 zwarte joker, waarbij de rode joker een ruiten of harten kaart kan vervangen, en de zwarte een klaveren of een schoppen. Meestal staat op de jokerkaart het woord JOKER of een letter J.

Jokers